In een door Groenendijk en Kloppenburg aangespannen cassatieprocedure heeft de Hoge Raad beslist dat, hoewel de wet daarover zwijgt, de gecertificeerde instelling (GI) als voogd het recht heeft om een verzoek tot wijzing van de omgang in te dienen. Wel dient het de grenzen van de rechtsstrijd te respecteren.

Van strijd met art. 8 EVRM (inmenging family life alleen indien bij wet voorzien) is volgens de Hoge Raad geen sprake nu rechterlijke uitleg van de wet voldoende grondslag biedt.

Wel had de GI het verzoek tot schorsing niet pas in hoger beroep mogen indienen (geen nieuw zelfstandig verzoek). De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking van het hof Den Haag en gaat voorbij aan het andersluidende advies van de advocaat-generaal.

Voor meer informatie zie de uitspraak.

De vrouw werd in cassatie bijgestaan door Niels van Steijn.